Als een financieel gezonde sportclub toch moet stoppen

22 juli 2025

Financieel gezond is niet altijd voldoende

Een sportvereniging zonder grote schulden, met een rijke historie en mensen die zich tientallen jaren voor de club hebben ingezet. Je zou denken dat daarmee een stevige basis is gelegd voor de toekomst.

Toch blijkt dat niet altijd voldoende.

Na 60 jaar is het doek gevallen voor SV Ruwaard uit Oss. Niet omdat de vereniging financieel aan de grond zat. Integendeel: de club was financieel gezond en kon naar eigen zeggen netjes en schuldenvrij afsluiten. Het probleem zat ergens anders: er waren simpelweg te weinig leden over om de vereniging nog zelfstandig overeind te houden.

Een verhaal dat pijn doet, maar vooral een verhaal waar we als sportwereld iets van moeten leren.

Nog maar drie teams over

Omroep Brabant beschrijft hoe SV Ruwaard uiteindelijk nog slechts drie teams over had. Daarmee was er volgens de club onvoldoende draagvlak om verder te gaan.

De terugloop was bovendien niet plotseling ontstaan. Betrokkenen bij de vereniging zagen het probleem al langere tijd aankomen. Sportief ging het volgens hen de afgelopen tien jaar achteruit en vooral na corona nam de terugloop sterk toe. Ook de instroom vanuit de jeugd droogde op.

Tegelijkertijd is er in en rondom Oss veel concurrentie. De stad telt naast TOP Oss zeven amateurvoetbalverenigingen en vlakbij ligt ook het grote Berghem Sport, met meer dan duizend leden. Ook andere kleinere verenigingen in de omgeving hebben volgens Omroep Brabant te maken met weinig teams en hoge kosten.

Dat roept een belangrijke vraag op:

Hoeveel verenigingen moeten nog in dezelfde situatie terechtkomen voordat we structureel anders naar het verenigingsmodel gaan kijken?

Financieel gezond betekent niet automatisch toekomstbestendig

We praten bij de problemen van sportverenigingen vaak over geld.

En terecht. Stijgende kosten, verduurzaming, onderhoud van accommodaties en de zoektocht naar voldoende sponsorinkomsten vormen voor veel clubs serieuze uitdagingen.

Maar het verhaal van SV Ruwaard laat zien dat financiële gezondheid slechts één onderdeel van een toekomstbestendige vereniging is.

Je hebt leden nodig. Je hebt jeugd nodig. Je hebt vrijwilligers nodig. Je hebt voldoende betrokkenheid nodig. En uiteindelijk heb je voldoende mensen nodig die samen een vereniging willen vormen.

Wanneer die basis langzaam kleiner wordt, kun je als bestuur de financiën uitstekend op orde hebben en uiteindelijk tóch voor een bijna onmogelijke keuze komen te staan.

Misschien moeten we stoppen met alles zelf willen doen

Wat ons bij Club4Clubs vooral aan het denken zet, is een ander onderdeel uit het verhaal.

SV Ruwaard heeft in het verleden meerdere gesprekken gevoerd over een mogelijke samenwerking of fusie met andere verenigingen. Uiteindelijk kwam het daar niet van. Een van de betrokken clubiconen wijst in het artikel zelf op voorbeelden van drie dorpen die tegenwoordig gezamenlijk één vereniging hebben.

Daar zit volgens ons een veel bredere les in.

Samenwerken hoeft namelijk niet pas te beginnen wanneer het water een vereniging aan de lippen staat.

En samenwerken hoeft ook niet direct te betekenen dat twee verenigingen moeten fuseren.

Waarom moeten verenigingen alles afzonderlijk organiseren?

Waarom zou iedere club zelf opnieuw moeten uitzoeken hoe je een bepaalde activiteit organiseert, leveranciers selecteert, nieuwe sponsoren vindt of bepaalde processen inricht?

Waarom kunnen kennis, oplossingen, mensen en middelen niet veel vaker worden gedeeld?

De identiteit van een vereniging is ontzettend waardevol. Die moet je koesteren. Maar samenwerken betekent niet dat je die identiteit hoeft op te geven.

Sterker nog: samenwerking kan juist noodzakelijk zijn om die identiteit te behouden.

De traditionele vereniging staat onder druk

Het verenigingsmodel waarop we jarenlang hebben kunnen bouwen, verandert.

Mensen besteden hun vrije tijd anders. Het aanbod aan sport en andere vrijetijdsbestedingen is enorm. Vrijwilligers zijn moeilijker te vinden en willen zich niet altijd meer jarenlang aan één vaste functie verbinden. Tegelijkertijd worden de werkzaamheden die bij het besturen van een vereniging horen niet automatisch minder.

Toch verwachten we op veel plekken nog steeds dat een relatief kleine groep vrijwilligers vrijwel alles zelf organiseert.

Dat model wordt steeds kwetsbaarder.

De oplossing is wat ons betreft dan ook niet om simpelweg nóg meer te vragen van dezelfde mensen.

We moeten het werk anders organiseren.

Niet harder werken, maar slimmer organiseren

Technologie en automatisering kunnen daarbij helpen.

Niet omdat technologie het verenigingsleven moet overnemen. Juist niet. Een vereniging draait om mensen, persoonlijk contact, samen sporten en ergens bij horen.

Maar waarom zouden vrijwilligers hun kostbare tijd besteden aan werkzaamheden die geautomatiseerd, vereenvoudigd of gezamenlijk georganiseerd kunnen worden?

Wanneer administratieve en commerciële processen minder tijd kosten, ontstaat ruimte voor zaken waarbij mensen daadwerkelijk het verschil maken.

Voor die jeugdtrainer.

Voor de vrijwilliger achter de bar.

Voor iemand die een nieuw lid welkom heet.

Voor de bestuurder die tijd heeft om met leden in gesprek te gaan.

En voor het organiseren van activiteiten waardoor mensen zich daadwerkelijk onderdeel voelen van hun club.

Automatisering zou daarom niet moeten draaien om het vervangen van vrijwilligers, maar om het waardevoller maken van hun beschikbare tijd.

Ledenbinding verdient veel meer aandacht

Daarnaast zit er nog een belangrijke boodschap in het verhaal van SV Ruwaard.

Een vereniging bestaat uiteindelijk bij de gratie van haar leden.

SV Ruwaard was volgens een van de betrokkenen ooit sterk verbonden met de wijk Ruwaard. Vrijwel alle spelers kwamen uit de wijk. De laatste jaren was die vanzelfsprekende lokale verbinding veel minder sterk geworden.

Dat is iets waar verenigingen niet pas aandacht aan moeten besteden wanneer ledenaantallen beginnen terug te lopen.

Clubgevoel moet je continu onderhouden.

Waarom kiest iemand voor jouw vereniging? Waarom blijft iemand lid? Waarom wordt een ouder vrijwilliger? Waarom komt een oud-lid nog steeds naar de club? En waarom vertelt een lid enthousiast aan vrienden dat zij ook eens moeten komen kijken?

Dat ontstaat niet vanzelf.

Activiteiten, communicatie, waardering van vrijwilligers, betrokkenheid van ouders, lokale samenwerkingen en een sterke identiteit spelen daar allemaal een rol in.

Een vereniging moet daarom niet alleen bezig zijn met het organiseren van sport. Ze moet blijven investeren in de gemeenschap rondom die sport.

Concurrent of potentiële samenwerkingspartner?

Misschien moeten we daarbij zelfs anders naar het begrip concurrentie kijken.

Wanneer verschillende verenigingen in dezelfde omgeving allemaal te maken krijgen met teruglopende ledenaantallen, stijgende kosten en een tekort aan vrijwilligers, is het de vraag hoeveel zin het heeft om uitsluitend met elkaar te concurreren.

Soms is samenwerken veel krachtiger.

Dat kan klein beginnen: gezamenlijk inkopen, kennis delen, activiteiten combineren of bepaalde expertise beschikbaar stellen aan meerdere verenigingen.

En soms kan uiteindelijk een intensievere samenwerking nodig zijn.

Niet iedere club hoeft alles zelf te kunnen.

Als we die gedachte durven loslaten, ontstaan er ineens veel meer mogelijkheden.

Wachten tot het te laat is, is geen strategie

Het meest aangrijpende aan het verhaal van SV Ruwaard is misschien wel dat het einde niet onverwacht kwam.

De signalen waren er al langere tijd.

En precies daarom moeten we dit soort verhalen niet alleen lezen als het verdrietige afscheid van één voetbalvereniging.

Het moet ook een waarschuwing zijn.

Teruglopende ledenaantallen, minder vrijwilligers of afnemende betrokkenheid zijn problemen die je niet binnen enkele maanden oplost. Verenigingen moeten daarom eerder nadenken over hun toekomst.

Waar willen we over vijf of tien jaar staan?

Welke werkzaamheden kunnen anders?

Waar kunnen we samenwerken?

Hoe zorgen we dat leden zich verbonden blijven voelen?

En welke zaken hoeven onze vrijwilligers straks helemaal niet meer zelf te doen?

De sportwereld is veranderd. Het verenigingsmodel zal mee moeten veranderen.

Niet door alles wat jarenlang goed heeft gewerkt overboord te gooien, maar juist door te behouden wat een sportvereniging zo bijzonder maakt en daaromheen slimmer te organiseren.

Het verhaal van SV Ruwaard laat zien hoe belangrijk het is om daar op tijd mee te beginnen.

Want uiteindelijk willen we niet alleen financieel gezonde verenigingen.

We willen toekomstbestendige verenigingen.

Verenigingen waar voldoende mensen willen sporten, helpen, ontmoeten en samen iets willen opbouwen.

En daarvoor zullen we elkaar steeds harder nodig hebben.

Samen maken we het verschil.